Daten na de dood

Uit het boek “Leven vanuit Neutraliteit” van Justus Kramer Schippers:

Anekdotisch is het interview met de Baronesse von Rothschild, aan wie gevraagd werd wat zij er nu van vond dat haar man er wel eens een buitenechtelijke relatie op nahield. Waardig als geen ander sprak ze: “Oh, dat? Ach dat speelt toch geen enkele rol; dat is maar even een hormonenexplosie, meer niet. Dat heeft niets te doen met ons huwelijk”.

“Seks kan wellicht gezien worden als het toefje slagroom op de appeltaart, maar de appeltaart wordt niet slechter als er geen slagroom op zit en niet automatisch wordt aangenomen dat beide partners van slagroom houden. En zoals de ene partner de andere niet dwingt het toefje slagroom te gebruiken, dwingt de andere de ene partner niet om zich van het gebruik van slagroom te onthouden”.

Nou, niet letterlijk daten na de dood, maar daten als weduwe-zijnde ;-). Want, ja, ook dat ging een keer komen. Maar wanneer is het daar de tijd voor? ‘Als je voelt dat je er aan toe bent”. Maar dan nog: als het zover is, weet je niet of je er aan toe bent, dat voel je dan, ter plekke. Of daarna.

2 weken na Jeroen’s overlijden zat ik met vriendinnen thuis. 1 vriendin was net 2 weken single. Ik stelde toen de vraag: ben ik nu weduwe of single? Het antwoord was toch echt unaniem: weduwe.

Na De Kentering in juli 2012, kwam er een hoop bij me los. En werd ik nieuwsgierig naar anderen. Mannen wel te verstaan. Kan natuurlijk niet als je getrouwd bent. Ja, nieuwsgierig zijn wel, maar er wat mee doen niet. Dat is en blijft een taboe in onze cultuur. We zitten nog in de kerkelijke sfeer: man en vrouw (ja, dat toch wel het liefst) trouwen, krijgen kinderen als ze dat willen en het hen gegund is en blijven hun hele leven in trouw samen.

Wellicht tegen het zere been van velen, maar dat is anno 1950. Misschien kort door de bocht. Ook in mijn tijd met Jeroen heb ik dat vaak geroepen. Hoe kan het toch dat je voor de rest van je leven kiest voor 1 persoon, terwijl er zoooo veel liefde en moois te beleven is met anderen? Ook vandaag de dag voel ik dat nog zo. Er zijn boeken vol over geschreven. De liefde tussen 2 mensen. 99% van de relaties zijn traditioneel. 1% is spiritueel. Dat wil zeggen: volledige verantwoordelijkheid nemen voor jezelf en alles wat je voelt en je relatie niet als levensdoel beschouwen, maar als middel om die zelfverantwoordelijkheid te ontwikkelen. Vanwege je liefde voor elkaar kun je bij elkaar ook de diepste knoppen indrukken van pijnlijke, angstige en afhankelijke gevoelens. Zodra je niet de ander daarvoor verantwoordelijk stelt, maar zelf die gevoelens leert te voelen en te omhelzen met een oordeelvrij gewaarzijn, ontwikkel je een steeds sterker gevoel van eigenwaarde en autonomie. Deze eigenwaarde is niet afhankelijk van de erkenning en liefde van anderen, ze is je natuurlijke erfgoed, je inherente natuurlijke staat van zijn. Het is het elkaar ontslaan van alle verplichtingen die uit het traditionele relatiedenken voortvloeien. Je hoeft je partner niet meer te veranderen naar jouw ideaal beeld of machteloos te berusten in diens hardnekkige gebreken. We hebben als mens nog een lange weg te gaan….

Terug naar mijn nieuwsgierigheid. Ik ben 18.5 jaar zo trouw als een hond geweest. Ik kéék amper naar andere mannen, laat staan aanraken. En toch gebeurde het na De Kentering: ik wilde een andere man ervaren. IK, die zo trouw was als wat, wilde dat. Door wat er bij me leefde op dat moment (niet alleen dat stuk), snapte ik het wel, maar om het in de praktijk te brengen terwijl getrouwd…. Dat was een ander verhaal. En tóch heb ik er voor gekozen om dat te doen.

Man A kende ik al een jaar of 5. En toonde interesse. Hij had een relatie. Onze affaire (dat heeft deze naam als je een relatie hebt / getrouwd bent, jawel) duurde een half jaar. Zijn vriendin kan er achter. En belde mij. Ik was de boosdoener. Uiteraard. Want ik ben verantwoordelijk voor het feit dat haar man zijn lul achterna liep. Ehhhh….?

Een paar maanden na de start van die affaire, ontmoette ik Man B. Getrouwd, 1 kind. Slecht huwelijk. We vonden elkaar in onze relatieshit. Het mondde uit in explosies tijdens ons samenzijn. Dat had ik met niemand ooit ervaren. Na het meer dan leuk met elkaar hebben, overleed Jeroen en verklaarde Man B zijn liefde aan mij. Een dag na de crematie. Yep…. Heule slechte timing. Ik kwam in de rouw en verliefdheid tegelijk. Geen goeie combinatie, alhoewel het me ergens ook geholpen heeft om de moeilijkheid van het verlies van Jeroen het hoofd te bieden. Er was mogelijk een toekomst samen. We matchten goed. Dacht ik toen. Ik heb mezelf regelmatig afgevraagd of ik niet in een sprookje geloofde, of dat ik mezelf voor de gek hield in mijn liefde voor hem. De 1e vraag kan ik nu met ja beantwoorden. De 2e vraag kan ik met nee beantwoorden.

Man B heeft tot 3 keer toe “besloten” om weg te gaan bij zijn vrouw. Ik vond dat ie dat vooral voor zichzelf moest doen, voor zijn eigen groei, want zwáár gevangen in een traditioneel huwelijk, met weinig speelruimte voor wie ik zie dat hij is, en vooral kan worden als hij bij zijn vrouw weg zou gaan. Hij moest niet specifiek weg gaan om met mij verder te gaan, dat stond op de 2e plek. Zijn laatste besluit was van midden december jl. Zijn vrouw was toen overigens zwanger van nr 2, tijdens hun relatiecrisis er niet aangedacht om toch maar wat veiligheid in te bouwen. Hoe verzin je het?

Ook bij Man B kwam zijn vrouw er achter. En ook haar aan de telefoon gehad. Meerdere malen. Ander kaliber vrouw dan bij Man A. Ik werd verrot gescholden. Ook hier was ík verantwoordelijk voor het feit dat Man B…. Je snapt ‘m. Dus kwam er een punt. Die weer een komma werd. En een punt. Een komma. Ik geloof dat er totaal wel 6 punten zijn gezet. En evenzoveel komma’s. Het lukte niet om los te komen van elkaar.

En ergens mid februari jl toch de keus voor zijn gezin. In het kader van “het instituut huwelijk, ik moet er wat van maken”. Anno 1950 zeg ik dan. Nobel. Mijn zicht op hoe ik hem ken, zegt nog steeds: angst om te leren vliegen en te kijken waar hij landt. Of op z’n bek gaat. Hij wil de controle houden, precies weten wat hem te wachten staat. En dat gaat niet. Dus houdt hij vast aan wat hij heeft, ook al heeft hij zichzelf in al die jaren verloren en heeft hij zich gedissocieerd van allerlei eigenschappen van hemzelf, omdat zijn vrouw daar niet mee kan om gaan. Als half mens leven, dat is zijn keus. Ik kan een boek schrijven over de afgelopen anderhalf jaar met Man B en wellicht ga ik dat nog eens doen.

Ben ik boos op Man B? Ja en nee. Ja, omdat het emotioneel zo lang heeft geduurd tussen ons en hij maar bleef schipperen. Maar ja: was ik daar zelf niet bij? Nee, omdat ik weet dat iedereen zijn eigen pas loopt in het leven. Maar ik blijf het onbegrijpelijk vinden dat hij deze keus heeft gemaakt. Een soort van genoegen nemen met…. for the sake of the kids en het “instituut huwelijk”. Ik heb geen kinderen, sluit het niet uit dat die nog gaan komen, maar ik weet wel wat ik van een relatie wil, ongeacht of er kinderen zijn of niet. Ik wil geen man die bij me blijft omdat ie “de vader van m’n kinderen is, hij lief en zorgzaam is”. Nee, ik wil dat hij van mijn HOUDT. Als geliefde en mens. Niet alleen als mens. 100% voor MIJ gaat. En niet in zijn hart bij een andere vrouw is en niet bij mij. Kies er dan voor om weg te gaan. Zoveel vind ik mezelf wel waard. Ik had mezelf al die waarde moeten geven, nadat nadat hij na de eerste keer “besloten” had weg te gaan bij zijn vrouw, maar dat niet deed. Toen de stekker er al uit moeten trekken. Is het afgelopen met Man B? Door zijn definitieve keus Ja t.a.v. een toekomst samen. Maar verder is het een Nee. Dat komt nog. Maar emotioneel heb ik mezelf 95% terug getrokken. Ook door dingen die ik ben gaan inzien. Door alles wat er gebeurd is.

Jeroen en ik gingen per januari 2013 “vrij”. Dat besluit had uiteraard vele gesprekken nodig.  Het eerste weekend van januari ging ie stappen. Hij belde me die zondag, vlak voordat ik zijn auto naar hem terug bracht. Hij was wezen stappen en had met een meisje van 24 gezoend. “Vre-se-lijk lekker gezoend”. Wat was ik blij voor hem! Ik gunde het hem zo om eens iemand anders te ervaren dan ik. Hij was in een soort van extase. Briljant. Eind januari had ie een date met een collega. Zij kende onze situatie. Ik had die avond een etentje met vriendinnen thuis. Hij kwam de auto brengen, want die had ik dat weekend nodig. Hij ging met de trein. Hij zou bij haar blijven slapen. En had verwachtingen :-). Vlak nadat hij weg ging bij mij thuis, vroeg 1 van mijn vriendinnen: shit, heeft ie wel gedacht aan condooms? Waarop ik verschrikt keek en hem smste: heb je wel condooms gekocht? Niks gehoord. Tot de volgende ochtend. Hij smste me: kan ik je bellen? Ja, schatje, je kunt me bellen. En hij uitte zijn teleurstelling. Op de dansvloer was ie aan de zoen geraakt met desbetreffende date en…. het zoenen matchte niet. Niet matchen met zoenen, dan houdt de rest ook op. Dat wist ik ook van hem. Hij was bij een vriendin van hem (en van zijn date), vlakbij, gaan slapen, want had al te veel gedronken. Heb hem gezegd dat ie die maandag wel een gesprek met desbetreffende date moest hebben, omdat zij teleurgesteld was. Dat was ie ook van plan en heeft ie ook gedaan. Ze was ook op Jeroen’s condoleance. Leuk om te zien met wie hij die avond was en de nacht had willen spenderen. Ik vind het echt jammer dat het niet door gegaan is, want ook dat had ik hem zo gegund. Ervaring met iemand anders na 19 jaar met mij. Het pakje condooms vond ik na zijn overlijden :-).

Man A en B waren geen dates ;-). Dat waren “affaires”. Zoektocht naar een stuk van mezelf. Afgelopen oktober begon mijn dating verhaal. In het weekend dat ik het herdenkingsfeest gaf voor Jeroen, precies en half jaar na zijn overlijden (20 september). Dat was een vrijdagavond. Wat een KUT weekend had ik. Expres geen afspraken gepland dat weekend, wilde ruimte voor mezelf hebben. Maar wat vóelde ik me shite. Alleen. Verdrietig. En dus besloot ik, lekker logisch in zo’n situatie, mezelf in te schrijven op een chat-site. Die zondagavond. En dat heb ik geweten. Ik stond er nog niet op of tig berichten. En de meest oneerbare voorstellen. Terwijl mijn “ik stel mij voor-verhaal” daar écht geen aanleiding tot gaf. Verre van. Nou kan ik met oneerbare voorstellen goed om gaan als ik je leer kennen gaandeweg, maar dat soort bagger van iemand die ik nog niet ken, nee, dan ben je bij mij aan het verkeerde adres. En ik ben ook nog zo’n muts die vindt dat ze op ieder bericht moet reageren, want dat is “fatsoenlijk”. Ik was niet goed wijs.

Ik had een klik met een rechercheur uit Zoetermeer. Tenminste hij zéi dat hij rechercheur was. Of ie dat ook daadwerkelijk is, weet ik natuurlijk niet. Op het moment dat ik 8 berichten op een dag kreeg (zonder zelf tussendoor te hebben gereageerd) en bepaalde opmerkingen las die me een naar gevoel gaven, heb ik het gekapt. Geluisterd naar dat gevoel en niet meer op hem ingegaan. Ik ben mid december van de chat-site afgegaan. Wat een RUST!

Anyway. Man C diende zich aan, die was ook nog via de chat-site. Een week lang veel gemaild en op papier een meer dan goeie klik. Een dag voordat ik op vakantie ging in oktober onze eerste date. Het klikte. En ik werd na een uur op het terras tijdens lunch al gezoend. Say what? De date duurde 9 uur. Nog 2 dates gehad en toen kwam er irritatie van zijn kant en ben ik voor “date 4” naar hem toe gegaan om dingen te bespreken. We hadden een soort van FWB constructie bedacht, maar het aansluitende weekend waren we alleen maar geirriteerd naar elkaars woorden per mail dat we besloten dat maar niet te gaan doen. En sloten een week later onze datingervaring prettig af ;-).

Man D diende zich aan. Midden november. Ontmoetten elkaar tijdens een disco feest. Lekker old school. Lekker klef geweest op de dansvloer, ons geen reet aantrekkende van iedereen die om ons heen aan het feesten was. Nummers uitgewisseld en een week later onze eerste date. Gaande ons gesprek werd me duidelijk dat het ‘m niet ging worden. De eigenschappen die Jeroen had en die voor mij, achteraf, niet goed geweest waren voor mijn groei, zag ik terug in Man D. Ik kreeg jeuk. Vertelde hem dat ook. We hadden een gezellige avond, maar dacht niet aan een vervolg. Toch kwam er vervolg. En werden we FWB. Hadden regelmatig contact per app en zagen elkaar elke 2-3 weken. Nog nooit met ZO een lekker lijf het bed gedeeld ;-). Ik glimlach nu terwijl ik dit typ. Man D is nog steeds in mijn leven. Ik kan hem altijd bellen. Hij komt naar me toe als ik me bagger voel. Heel bijzonder dat onze vriendschap in zo’n korte tijd zo is geworden. De vrouw die hem krijgt, mag echt in haar handjes knijpen. Hij is ondertussen Zijn Ware aan het zoeken. Maar heeft geen haast. Daten doet hij exclusief. Dus als het wat zou kunnen worden, dan zijn wij FWB-af. En als blijkt dat het ‘m niet geworden is, dan zijn we weer FWB. Het werkt prima zo.

En toen kwam Man E. Tegen gekomen met uitgaan. Wat ik nauwelijk doe… 26 jaar jong. Naast student ook eigen bedrijf. Dus verantwoordelijk. Keek goed uit z’n ogen en had iets sensueels en charmants. En lekker recalcitrant. Buiten de lijntjes willen kleuren. Het leven aangaan. Zeer aantrekkelijke eigenschappen. Hij wilde me nog een keer zien. En zo geschiedde. 3 dates gehad. Na date 3, donderdag jl, kreeg ik een bericht dat ie vond dat het hem “te snel ging”. Heb ik dan tóch het cliché mee gemaakt, voor het eerst in mijn leven: sex hebben en het direct daarna af laten weten? Hij was de avond erop met zijn ex in bed belandt. Nou vind ik dat geen probleem, maar laat me niet hangen terwijl we afgelopen zaterdagochtend een ontbijt date hadden staan en hij niet meer op de app was gekomen na mijn 2 laatste apps. Ik voelde het aan komen. Zaterdagochtend dus een app over de nacht met zijn ex en dat ie niet meer kwam. Heb daar op gereageerd en stelde hem een vraag. En hoorde niks meer. Gisteren nog steeds niks gehoord, dus toch maar geappt met vraag of het klaar was voor hem omdat ie niet reageerde. Kreeg bericht terug. Dat ie zich schaamde en dat ie in verwarring was en onwetend in hoe hij dit zou oplossen, ontwijkend gedrag vertoonde (niet terug appen). En dat ie het met zijn ex nog een kans wil geven. Heb hem succes gewenst :-).

En zo eindigde mijn gedate. Heb gemerkt dat mannen een verstoring geven in mijn leven. Dat ligt aan mij, niet aan de mannen zelf. Ik heb het 1 en ander waarmee ik met mezelf aan de slag wil en moet op dat vlak, dat weet ik al enige tijd, dus lang leve mijn psych als ondersteuning :-). Ik moet best wel wat dingen ontwarren. Mijn autonomie krijgen, vooral op emotioneel afhankelijkheids-gebied. Zoals veel vrouwen.

Iedereen die dit verhaal leest, zal er het zijne of hare van vinden. Wat ik heb gedaan tijdens het laatste stuk van Jeroen’s leven, is verre van netjes. Ik heb hem bedrogen. En ik zal het op die manier niet nog een keer doen. Als ik uberhaupt al in een traditionele relatie stap van 1 op 1. Ook daar ligt een zoektocht. Ik heb een brief in Jeroen’s kist mee gegeven met de vraag of hij kon begrijpen waarom ik gedaan had wat ik gedaan had. En of hij me kon vergeven. Via een sessie met een medium kreeg ik zijn antwoord. Wat fijn was en waar ik wat mee kon.

Ik ben niet bezig met een zoektocht naar De Ware. Maar alleen blijven zal ik zeker niet. Daarvoor ben ik niet gemaakt en vind ik mezelf veel te leuk :-). Ik heb een hoop te geven. Maar het komt wanneer het komt. En zo ga ik verder 2014 in. Mezelf onderzoekende. En als er een man komt, dan komt ie. Zo niet, dan heb ik des te meer tijd voor het realiseren van mij autonomie op emotioneel afhankelijkheids-gebied. Ik zeg proost op De Liefde in al zijn facetten!

Afbeelding

Rouwen: ehhhh…Hoe werkt dat?

28 augustus 2000. Ik was toen 26 jaar. Ik had vakantie, was thuis en de telefoon ging. Ik kreeg het nieuws dat mijn zus Iris was overleden. 44 jaar was ze. Ze was voorzover wij toen wisten niet ziek. Ze had enige tijd last van af en toe blackouts. Maar was nog niet naar de huisarts hiervoor geweest. Ze woonde met mijn zwager op een woonboot. Op deze dag had ze weer een black out. En was in het water gevallen. Verdronken. Autopsie wees uit dat ze een hersentumor had.

Ik heb gehuild. Het was onwerkelijk. Maar mijn reactie toen was dat gaandeweg ook. Ik ben niet met mijn zus opgegroeid. Zij was het huis uit toen ik geboren werd. We hebben nooit echt een zussenband opgebouwd, een glimp daarvan kwam pas een paar jaar voor haar overlijden. Ik werd ouder en kreeg behoefte om haar te leren kennen. We woonden niet bij elkaar in de buurt, dus we schreven brieven. Wilden een keer samen gaan shoppen. Dat is er nooit van gekomen. De brieven heb ik nog.

Ik redeneerde mijn gevoel van verlies weg. “Ik was toch niet met haar op gegroeid. We hadden relatief weinig contact”. Ik had geen foto’s van haar, dus die stonden ook niet ergens in huis. Ik kwam niet tot mijn gevoel van verlies. Want “we hadden toch niet echt veel contact”. Anderhalf jaar later toen ik bij een psycho-therapeut was, kwam het verlies er uit. En hoe ik daar mee was omgegaan. De Klap. Alsnog de rouw in. Voor zover ik een idee had wat dat zou “moeten” zijn.

28 december 2009. Ik was toen 35. De telefoon ging. Ik kreeg het nieuws dat mijn broer Damian was overleden. 48 jaar was hij. Hij was al een tijd ziek. Darm- en leverkanker. Met Damian had ik wel een echte broer-zus band. Hij was dol op zijn “kleine zusje”. Ook hij was het huis al uit toen ik geboren werd. Hij en ik zagen elkaar wel. En belden elkaar wel.

Door mijn ervaring met het verlies van Iris wist ik: nu wil ik hier anders mee om gaan. Ik besloot ook voor het eerst van mijn leven te kijken maar de dode, dat had ik voorheen niet gedurft. Ik had binnen de familie al eerder mijn 2 oma’s verloren en een tante.
Hij lag er mooi bij. Maar wat vónd ik het vreemd om een dood iemand te zien. Aanraken durfte ik niet.

Ik heb foto’s van hem in huis neergezet en opgehangen. En ging echt in mijn verdriet zitten. Keek veel naar de foto’s, praatte tegen hem, stak kaarsjes aan. Ik ging direct de rouw in. En het voelde goed. Ik snapte nu het gevoel van verdriet dat samen ging met het verlies.

20 maart 2013. Ik was toen 38. En vond Jeroen, dood op bed. 47 jaar was hij. Jeroen was zover ik wist niet ziek. Hij had binnen 2 weken 2x een flinke griep te pakken, dus op moment van overlijden was hij ziek. Autopsie wees uit dat zijn hart bijna 3 keer zo groot was. Zijn laatste griep werd hem fataal. Door het overgeven een te grote druk op zijn hart en door de koorts moest zijn hart ook harder pompen. Het virus was op zijn hartspier gaan zitten. Zijn hart heeft het niet kunnen verwerken en in zijn slaap is hij vertrokken naar genezijde.

Toen ik Jeroen vond, was het donker. Ik was naar zijn bed gelopen, zijn naam roepen had hem niet wakker gemaakt, en begon hem heen en weer te schudden. Ik voelde onder mijn handen stijfheid. Hij bleek later al meer dan 12 uur dood te zijn. Ik deed het licht naast hem aan en zag hem: z’n armen, vuisten en gezicht waren donkerpaars. Neeeeeeee…… Dit KON niet. Toch blijven schudden. Wakker worden! Natuurlijk registreerde mijn brein dat hij dood moest zijn, maar dat KON niet. Mijn Jeroen kón niet dood zijn.

Ik gilde, rende naar de overloop en gilde om Paulina, die beneden was. Jeroen is dood! Jeroen is dood! Beiden hebben we 112 gebeld. En toen begon het circus. We moesten hem uit bed tillen om alsnog reanimatie toe te passen. Hoezó? Hij is stijf, godverdomme! Harstikke dood! Standaard procedure werd ons gezegd. En zo geschiedde. Paulina en ik legden hem op de grond. Hij lag in foetus houding. Ik moest zijn kaken pakken om adem er in te blazen. Maar dat ging natuurlijk helemaal niet. Die kaken zaten zo op slot als wat. Rigor mortis was al lang en breed ingetreden.

Er liep bloed uit z’n neus. En drupte op de grond. Het eerste wat door me heen schoot: NEE! Niet op het tapijt! Dat wordt zo’n zooitje! Té bizar hoe je brein dan werkt…

Ik kwam voor de 3e keer in de rouw. Op het moment zelf kon ik dat nog niet zeggen, dat ik in de rouw ging. Want dat gebeurt niet ter plekke, direct na een overlijden. Er moest van alles geregeld worden, dus echte rouw wordt uitgesteld, daar is geen tijd voor.

Na zijn crematie, 26 maart, kwam het besef: dit was het dan. En dan nu nog de dingen regelen die je als nabestaande moet regelen na het overlijden.

Rouw: ehhhh…. Hoe werkt dat? Er is geen handboek voor rouw. Waar ik me door het overlijden van Iris en Damian terdege bewust van was geworden, was dat ik in mijn gevoel “moest” gaan zitten. En dat gebeurde. Vaak automatisch en gaandeweg ook bewust in het verdriet stappen. Dan overviel het me niet, maar ging ik bij de kist met Jeroen’s foto’s zitten, kwamen de gedachten en gevoelens en huilde ik. Huilen, huilen, huilen. Trok ik zijn jas aan, waar zijn geur in zat, of zijn tshirt, praatte ik tegen hem, keek ik naar de collage met foto’s, onze trouwfoto, liep ik door zijn oude kamer in ons huis, pakte foto’s, sliep in zijn tshirt. Of keek naar de foto’s van Jeroen in de kist. Die mijn moeder had genomen. Nooit gedacht dat ik er naar zou kijken naderhand, maar ik bekijk ze vooralsnog zo’n eens in de 2 maanden. Die momenten voelen het heftigst. Want dan zie ik hem weer. Paars en dood. Hóe erg kan ik mezelf confronteren? Zo dus. En dat helpt. Ik dompelde me onder in het gevoel van verlies en verdriet.

Ik was bang dat als ik er (weer) niet in zou stappen, in het verdriet, De Klap later toch zou komen. Want daar was ik van overtuigd. Dus nee, ik moest NU “handelen”, dus het verdriet de ruimte geven.

Mijn uitvaartbegeleidster zei me al snel na het overlijden: afval verwerk je, rouw verwerk je niet. En dat is. En “het een plekje geven”? Daarbij denk ik aan een boekenkast. Is er nog ruimte om mijn verdriet ff neer te zetten? Die uitdrukking, “het een plekje geven”, doet het ‘m niet voor mij.

Naief als ik was, dacht ik dat na de eerste paar maanden het verdriet al minder zou worden, want tijd heelt immers alle wonden. Toch…? En dat leek het ook te doen, maar dat was nog steeds meer het gevoel van overleven en nog steeds niet het volledige besef dat Jeroen niet meer terug zou komen. Naarmate de tijd verstreek werd het gevoel juist erger: hij komt écht niet meer terug. Dat heeft blijkbaar lang nodig. Hoe langer hij weg is, hoe erger het besef is dat hij niet meer terug komt.

Donderdag 20 maart jl., toen hij een jaar overleden was, heb ik ’s avonds bij vrienden de dvd van zijn crematie weer bekeken. Voor de 2e keer. Ik vond het fijn om de hele ceremonie weer te zien. De uitvaart was práchtig. Gevoelsmatig stond ik daar weer. Wat ik die dag voelde, kwam weer boven. F** confronterend. Vooral aan het einde dat herkenbare besef: godverdómme, je bent écht dood. Hoe kán het toch? Hoe onwérkelijk is dit?

Ik heb Jeroen samen met een goeie vriendin naar de oven begeleid. Samen gekeken hoe de vlammen de kist vatte en tot as verging. Voor mij was die afsluiting nodig. Een cirkel die rond was. 19 jaar samen met Jeroen, ik die hem dood aantrof en ik die hem naar de oven begeleidde om hem op te zien gaan in rook. Dat is allemaal onderdeel voor mij geweest voor mijn rouw.

Het as heb ik samen met zijn broers 20 maart jl uitgestrooid. Weer een stap verder. Er is nog weinig nu wat over is als het gaat om tastbaarheid. Zijn facebook pagina bestaat nog, die kan ik nog niet deleten. Zijn bankrekeningnummer bestaat nog, het lukt me niet om die af te sluiten. Ik wil zijn naam nog zien als ik de rekeningnummers bekijken. Het voelt als een soort van laatste houvast in de ether. En ook: als straks alles weg is van hem, dan wordt ie vergeten. Zo werkt nu mijn brein nog. Alsof ik zijn facebookpagina en zijn naam op zijn bankrekeningnummer nodig heb om hem niet te vergeten. Naast alles wat in mijn hart zit, draag ik onze trouwringen en onze vriendschapsringen. Mijn rechterhand is bling-bling :-). 4 ringen. De mijnen aan m’n ringvinger, de zijnen aan mijn middelvinger. Hoe tastbaar wil ik het hebben?

Door de dood van Jeroen is er iets wezenlijks veranderd in me. Het is een dagelijks besef van de vergankelijkheid van het leven. Dat je je dromen achterna moet gaan. Je vanuit je hart moet leven. Maar er is ook iets waar ik m’n vinger niet op kan leggen. Elke dag vóel ik dat er iets heftigs gebeurd is in mijn leven. Dat zingt in mijn lichaam. Ondanks dat ik het leven prachtig vind en veel geniet van dingen, blijft er een ondertoon van gemis. Er is een stukje “verdwenen” van mezelf door Jeroen’s overlijden.

Note to the Universe: ik heb rouw nu wel begrepen, hoor. Laat me voorlopig maar ff met rust als het gaat om doodgaan van dierbaren. Ik heb mijn portie voor nu wel ff gehad.

Afbeelding

Van de regen in de….?

Ik heb in de ruim 19 jaar dat ik met Jeroen samen was nogal wat gehad aan “psychische klachten”. Eind 1995 werd ik geconfronteerd met het fenomeen Hyperventilatie. Ik dacht dat ik dood ging. Letterlijk. Ik ben een week thuis geweest.

Ik had af en toe uitbraken van hittegolven in mn lijf. En m’n hart ging op momenten vre-se-lijk tekeer. Sloeg over en ratelde maar door, in up tempo. Nou houd ik van up tempo, maar dan wel in de muziek :-).

In 1998 kwam het volgende verschijnsel: paniekaanval. Op kantoor. Ik werd niet goed. Gelukkig woonde ik tegenoven m’n werk, dus was snel thuis. Het was alsof ik buiten mezelf getreden was en een vage entiteit me had overgenomen. Ik wist niet wat me overkwam. Wát een angst.

Vanaf dat moment kwam ik in een neerwaartse spiraal terecht. Angst voor de angst. Plein- en straatvrees dienden zich aan. Maar Lot zou Lot niet zijn als ze zichzelf niet regelmatig een schop onder d’r kont zou geven, want fulltime binnen zitten: NO WAY. Met alle symptomen van dien, ging ik tóch er op uit.

Een 2e paniekaanval is er nooit gekomen. En toch, door de angst voor de angst, heb ik hier 8 jaar mee rondgelopen. En ja, psycholoog hier, GGZ daar, ademtherapie hier, ontspanningstherapie daar. Maar zonder er al te veel baat bij te hebben. Het advies was: laat die paniekaanval maar komen, ga zitten, pak een kussen en houdt die stevig vast en ga er doorheen. HoeZO er doorheen? Ben je niet goed? Angst, angst, angst.

Ik ging aan de medicatie. An-ti-de-pre-ssi-va. Binnen 4 dagen werkte die rotzooi en wat was ik blij! Maar wat wérd mijn gevoel afgevlakt… Na ruim een jaar de pillen te hebben geslikt was het tijd om te stoppen. En na een paar maanden begin het langzaam terug te komen. Toen ben ik het in voeding gaan zoeken. Geraffineerde suikers laten staan, magnesium slikken, zink, vitamine B en al dat meer. En dat hielp. Inclusief de kilo’s die ik daardoor kwijt raakt ;-). Ik besloot toen nooit meer aan de antidepressiva te gaan.

Jeroen is altijd mijn vangnet geweest. Hij was er altijd. Hij ging relatief weinig stappen en als ie ging, dan was het drama, want ik alleen thuis en dus alle verschijnselen  van de angst voor de angst voor een paniekaanval. En dan bleef ie soms thuis. Of ik belde ‘m de kroeg uit. Alles stond in het teken van het opvangen van mij. En hij klaagde nooit. Als je van iemand zo veel houdt als ik van jou, dan doe je dat. Zonder mokken. Dat is liefde, zei hij.

Hoe fíjn zijn bescherming en opvang ook was, zo “slecht” is het voor me geweest. Ik heb niet m’n eigen boontjes leren doppen. Als hij me niet zo had opgevangen, was ik er veel eerder doorheen gekomen. Maar dat zag ik op dat moment niet. Uiteraard ben je er voor je geliefde, maar er zijn verschillen in hulp geven. Als altijd maar iemand het voor je oplost, leer je niet je eigen kracht kennen. En bepaalt de ander hoe je functioneert. Want alleen functioneer je niet. En dat was het in onze relatie: hij deed álles voor me. Ik was zijn bloemenmeisje. En haar beschermde hij.

Twee weken voor ons trouwen in juli 2006 kreeg ik op kantoor een mental breakdown. Zó veel jaren met nervositeit in je lijf rondlopen gaat een keer wreken. Het eerste wat ik riep: geef me pillen! Ik was er zó klaar mee. En zo geschiedde: weer aan de antipressiva en dit keer een soort waar m’n gevoel wél bleef alleen de pieken wat minder hoog waren  en de dalen minder diep.

Ik heb ze 5 jaar geslikt en op 5 mei 2012 was ik dan afgebouwd en wel. Ik voelde me goed. Langzaam kregen de processen in mijn lijf en geest weer zijn origine terug. En dat had gevolgen. 3 maanden later gebeurde er iets waardoor ik van het bloemenmeisje ineens vrouw werd. En dat op m’n 38e. Het was een transformatie. Met gevolgen voor de relatie tussen Jeroen en mij. Ik wilde op m’n eigen benen staan, had nog nooit op mezelf gewoond. Wie was ik zonder Jeroen? Wat wilde ik in mijn leven? Wilde ik nog met Jeroen verder? Binnen 2 weken na De Kentering, zoals een vriend van mij dat zo mooi zei, ben ik een maand het huis uit gegaan. Ik voelde me verstikt, wilde weg, nadenken en voelen.

Na die maand zijn Jeroen en ik op vakantie gegaan 2 weken en besloten we te gaan LAT-ten. Per november 2012 woonde ik alleen. Ik ging van 18.5 jaar zoekende naar rust (ik was er ook achter gekomen dat ik HSP ben: Hoog Sensitief Persoon) ineens naar het andere uiterste: ik wilde léven! De wereld in trekken. Ik leefde op adrenaline. Daar waar ik voorheen 8-9 uur per nacht sliep, ging ik nu op 6 uur. En voelde ik me energiek.

Jeroen en ik zochten een weg met elkaar, maar die was moeizaam. En dat was door mijn toe doen. Ik wilde ruimte en weinig contact.

Januari 2013 was een maand van helemaal geen contact. Bewust, vanuit Jeroen vandaan geinitieerd. Dan wist ie waar ie aan toe was, hoefde hij niet de teleurstelling te verwerken, alweer, wanneer ik weer eens zei niet samen te willen eten. Of samen uit te willen gaan. Ik koos voor mezelf, liet hem soort van links liggen. Hij had het zó moeilijk met de situatie, het vrat hem op.

Vanaf februari zouden we elkaar weer iig in de weekenden zien. En leuke dingen gaan doen. Verandering van omgeving opzoeken. Voelen wat er nog bij ons, tussen ons leefde. En dat ging met vallen en op staan.

Anderhalve week voor zijn overlijden belde hij me. Hij wilde zijn leven omgooien. Hij zat al een tijd vast met zichzelf en wilde gaan bewegen. Hij had een overtuiging in zichzelf gekregen en wilde acteren. Actie. Zou die verandering bij hem dan tóch nog iets doen voor de doorstart van onze relatie? Maar aan de andere kant: er waren al zoveel dingen gebeurd tussen ons, gevoelens en frustratie hadden zich opgestapeld en mijn gevoel voor hem was duidelijk veranderd. Zou zijn beweging helpen om mijn gevoel weer terug te brengen van vóór De Kentering? Ik had grote twijfel. Maar ook vage hoop.

En toen overleed hij. Volop in zijn energie en overtuiging om wat van zijn leven te maken, zoals hij dat zelf zei. Ik was toen écht alleen. Althans: zonder partner.

Van de regen in de drup? Mijn conclusie was en ís een nee. Alles viel op z’n plek. Van de antidepressiva af, maanden later De Kentering, uit huis, LAT-en, ik, wie altijd op Jeroen leunde en mezelf en mijn eigen kracht niet kende, ging op mezelf  wonen. Alleen zijn, wat ik in de tijd vanaf 1998 niet durfde.  Want wie beschermde mij dan? En vervolgens overleed Jeroen. Voor mij haakte alles in elkaar: alles was gebeurd in een jaar tijd om mij voor te bereiden om op eigen benen te leren staan.

Ik heb nooit vragen als “waarom overkomt mij dit”? gehad. Omdat ik weet dat dingen in het leven gebeuren met een reden. En die reden zie je pas later. Bij Jeroen’s overlijden had ik dus ook geen waarom-vraag. Je zou net zo goed kunnen vragen ‘waarom niet?’. Waarom zou Jeroen niet overlijden en de buurman wel? Zelfde als je op de desbetreffende leeftijd bent dat je kinderen kunt krijgen, je de vraag krijgt: waarom heb je geen kinderen? Ehhhh…. Waarom heb jij wél kinderen?

Omdat ik niet geloof in toeval, weet ik dat Jeroen’s taak op aarde klaar was. Anders was hij er nog wel geweest. 1 van zijn ‘taken’ is geweest om met mij samen te zijn. Samen te groeien, lachen, huilen, ruzie te maken, gekke dingen te doen, liefde te delen, muziek te maken. En zijn laatste taak voor mij was om mij zelfstandig te maken. Mezelf te laten leren kennen. En daar ben ik hem ongelooflijk dankbaar voor. Want wat hééft hij van mij gehouden en wat hééft hij mij ruimte gegeven op het moment dat ik weg ging. Met alle pijn en verdriet die hij ervaarde.

Dat ik geen waarom-vragen heb, maakt het aanvaarden van dat was is makkelijker. Betekent uiteraard niet dat ik fluitend door het leven fiets en mijn verdriet en op momenten mijn eenzaamheid er niet zijn. Maar het geeft een stuk meer lucht om te beseffen dat toeval niet bestaat.

Hoe heftig en verdrietig het hele proces ook geweest is, inclusief zijn overlijden: het heeft een reden. En een stukje van die reden is voor mij zichtbaar. Want ik ben op eigen benen komen te staan en heb mijn eigen kracht ontdekt. Ik ben gaandeweg van half mens naar heel mens gegroeid. Een weg die nog lang niet gelopen is. Het Leven.

Regendruppel

Ik hou van jou – deel 2

8 maart zou Jeroen 48 jaar geworden zijn. Het vooruitzicht van zijn verjaardagsdatum was geen steen in m’n maag, maar wel “een datum”. Ik ben altijd van data geweest. En de zwaarte die aan data kunnen hangen.

Ik ben nu bijna een jaar verder: 20 maart 2013 overleed Jeroen. En zo meteen heb ik alle dagen van het jaar 1 keer gehad. Wordt het 21 maart 2014 dan anders? Neuj. Maar de ervaring wat alle dagen met me heeft gedaan, daar gaat het om. Is een hoofddingetje.

Er wordt iets algemeens gemaakt van wanneer je speciaal meer in de rouw moet zijn dan anders. Op je trouwdag. Op de dag dat je kind(eren) geboren is(zijn). Met Kerst. Met verjaardagen. Het moment van samenwonen. De dag dat je samen je eerste huis kocht. Mensen vroegen mij niet: hoe was je kerst? Nee, er werd gezegd: was zeker moeilijk, he, met deze dagen? Niks geen open vraag. Invullen maar. Er wordt extra rouw gelegd op die dagen door de buitenwereld. Maar voel ik dat zelf ook?

De eerste datum na Jeroen’s overlijden was mijn verjaardag: 24 april. Ik zag niks spannends aan die dag. Totdat het 24 april was. En wat vond het ik het moeilijk. Had ik niet gedacht. Daarna onze trouwdag: 25 juli. Zouden we 7 jaar getrouwd zijn. Moeilijke dag? Niet moeilijk, maar weird. Onwerkelijk. Ik heb dezelfde kleren aangetrokken die ik droeg toen we trouwden. In diezelfde kleren stond ik ook bij zijn crematie. En het voelde fijn. “Ik heb me mooi gemaakt voor m’n man”, zei ik op onze trouwdag op het werk. Want Jeroen blijft mee kijken met me. Altijd. Dus kan ie nog genieten van hoe ik er uit zie. Ik ben de lulligste niet ;-).

Data zeggen niks over je gevoel. Je wordt een gevoel ingezogen door gedachten die je hebt óver die data.

24 november 2012 was de laatste keer dat ik Jeroen verteld heb, per sms, dat ik van hem hield. We zaten in stormachtig vaarwater, woonden sinds begin november niet meer samen (we waren gaan LAT-ten, lekker old-school). En de keer daarop dat ik zei dat ik van hem hield, was toen hij van zijn etage waar hij woonde naar de eerste verdieping was gedragen. Dood. Ik stond bij hem, iedereen liet me alleen met hem en ik huilde, huilde en huilde. En zei tegen hem dat ik van hem hield, bijna 4 maanden later na de laatste keer. Ik voelde het opkomen. Hoe moeilijk het ook was tussen ons op dat moment in ons leven, het nam niet weg dat ik van hem hield, al was de vorm anders geworden.

Houden-van. Het is iets universeels. En wij maken er iets aards van. Iets gekoppeld aan een persoon omdat hij of zij eigenschappen heeft waar je van houdt. Dat is geen universele liefde, dat is aardse liefde. Ik zoek de hogere liefde, de universele liefde. In mezelf voor mezelf. En in mezelf  voor anderen. Een flow van binnen naar buiten. En terug. Een zoektocht hoe dat te bewerkstelligen.

Ik had afgelopen vrijdagnacht een droom. Een bizarre droom waar vanalles gebeurde. Ik was bij mijn beste vriend, de nacht naar Jeroen’s verjaardag toe. We hadden die avond en deel van de nacht gesproken over de zoektocht naar “wie ben ik?” en de processen die daarmee samenhangen. Het begint bij liefde voor jezelf. Acceptatie van wie je bent, in al je kwetsbaarheid. In al je zelfafwijzing. In al je oordelen. In alles. Ik voel dat ik de laatste weken terecht ben gekomen in een stroomversnelling t.a.v. mijn ontwikkeling. En dat ik moet doorpakken. Dat ik de zogenaamde leegte waar ik bang voor ben om die te voelen in “moet” stappen. Hetgeen betekent dat ik me terug ga trekken uit bepaalde situaties, bepaalde dingen niet meer wil gaan doen. Keuzes moet maken. Wie ben ik zonder bepaalde dingen in mijn leven? Wat en wie kom ik dan tegen in mezelf?

De droom gaf mij een prachtig beeld van hoe het is: aan 1 kant van mijn mond braken mijn kiezen. Volledig afgebrokkeld, kapot, er onstond een enorm gat. En uit dat gat viel een groot doorzichtig, gepolijst hart op de grond. Voor mij de kern van waar ik naar zoek (terwijl het er al is): ik ben heel en volmaakt als mens (het gepolijste hart), ik ben liefde. Die liefde zit in mezelf en liet zich zien door dat doorzichtige hart uit me te laten vallen. De mond staat voor jezelf hoorbaar maken. En wat heel, heel erg in mijn aard zit is mijn verhaal delen met anderen. Ik praat, dus Ik Ben/Besta. Ik ben heel open, omdat alles wat we mee maken, anderen vaak ook mee maken. Met her en der natuurlijk nuance verschillen. Situaties en gevoelens zijn universeel. Ik ervaar ze daarom niet echt als “persoonlijk” en daarom deel ik veel en makkelijk. Maar daarmee heb ik niet geleerd wie ik ben zonder mijn verhaal te vertellen. Het idee dat ik mijn verhaal “moet” minimaliseren of zelfs helemaal niet ga vertellen, brengt me een gevoel van leegte en eenzaamheid. En een stukje benauwdheid. Letterlijk. Wie ben ik dan als ik niet meer alles deel met anderen? Veeeel minder woorden gebruik. En veel dingen wellicht niet meer vertel. Wat doet dat met me? Ik voel het als een enorme uitdaging om dat te gaan onderzoeken. Ik ga de leegte aan, die me ruimte gaat geven. Hoe dat gaat voelen weet ik nog niet, maar ik heb er zin in.

Maar eerst nog even op naar de laatste data van “de eerste keren na Jeroen’s overlijden”: 24 maart de condoleance dag en 26 maart zijn crematie dag. Ik voel dat ik daarna pas de stap wil zetten tot verstilling. Maar ik zal wel blijven bloggen. Bloggen voelt voor mij anders, dan waar ik het hierboven over heb. Omdat ik door bloggen contact maak, in stilte, alleen, met mezelf.

Liefdes water

Harry Jekkers – Ik Hou Van Mij

Ik hou van.. mij
hoor je nooit zingen
Ik hou van mij
wordt nooit gezegd
maar ik hou van mij
ga ik toch zingen
want ik hou van mij, van mij alleen en ik meen het echt, hehehehe!

Ik hou van mij, want ik ben te vertrouwen
Ik hou van mij, van mij kan ik op aan
Ik hou van mij, op mij kan ik tenminste bouwen
Ik hou van mij en ik laat mij nooit meer gaan!

Ik blijf bij mij, en niet voor even
Ik blijf bij mij, voor eeuwig en altijd
ben zelfs bereid mijn leven voor mezelf te geven
ik blijf bij mij, totdat de dood mij scheidt!

Ik hou van jou
zeg ik soms ook wel
Ik hou van jou, schat en ik meen het echt
maar ik hou van jou zeg ik alleen maar voor de spiegel
zo komt ik hou van jou weer bij mezelf terecht, heeey!

Ik hou van mij, van mij, van mij
en van geen ander, yeah yeah!
Want ik ben verreweg, de leukste die ik ken, jeuh
Ik hoef mezelf zonodig ook van mij niet te veranderen
ik hou van mij mezelf, gewoon zo als ik ben

Want ik hou van jou
betekent meestal:
schat, hier heb je mijn problemen, los maar op, jeuh!
ik leef in een hel en verwacht van jou de hemel (ja)
Je geeft de hel weg, dank je wel zeg,
rot lekker op

Want houden van een ander,
dat heb jij alleen maar nodig
omdat je niet genoeg kan houden van jezelf
Hou van jou joh, maak de ander overbodig,
want ware liefde, geloof me, begint áltijd
bij jezelf

want ik hou van jou is niet de sleutel tot de ander
maar ik hou van mij, al klinkt het bot en slecht
want wie van zichzelf houdt, die geeft pas echt iets kostbaars
als ie ik hou van jou tegen een ander zegt

Ik hou van jou

“Ik hou van jou”. Hoe vaak zeggen we dat niet tegen onze geliefde? Tegen onze ouders? Broers? Zussen? Vriendinnen en vrienden? Kinderen? Ik zeg het heel regelmatig. En tegen Jeroen heb ik het heel, heel, heel vaak gezegd. Ik wil dat de mensen die me dierbaar zijn, weten dat ik van ze hou.

Maar wat is houden van? Dat is de vraag die mij sinds een maand of wat bezig houdt. Omdat ik ben gaan twijfelen aan mijn houden van. Of laat ik het anders zeggen: naast mijn ouders, houd ik niet onvoorwaardelijk van iemand. En als je niet onvoorwaardelijk van iemand houdt, is het houden van dan wel écht? Kijkend naar mezelf moet ik daarop het antwoord “nee”geven.

Je kunt je voorstellen: dat voelt hard. En confronterend. Ben ik in staat om onvoorwaardelijk van iemand te houden buiten mijn ouders om? Vooralsnog moet ik die vraag beantwoorden met een nee. Pijnlijk? Ja. Maar voor mij voelt onvoorwaardelijke liefde (nu nog) als een utopie. Mijn idee van onvoorwaardelijke liefde is dat je dan Boeddha moet zijn. Verlicht.

We houden van iemand omdat hij of zij eigenschappen heeft die we en/of zelf hebben en/of zelf missen en de ander aanvult. In de fase van verliefdheid, zijn we de eerste periode blind, zien we de ander zijn of haar onvolkomenheden niet. Je vindt alles aan de ander geweldig en er bestaat niemand anders op de wereld met wie je samen wilt zijn, samen verder wilt gaan. Dat voelt voor mij als de fase van onvoorwaardelijkheid. Nog niet het houden van. Maar in de verliefdheid: “onvoorwaardelijk” verliefd zijn. Want hij of zij ís voor jou op dat moment de mooiste man of vrouw op aarde. Niks nieuws daar.

Naarmate de tijd verstrijkt, begint langzaam die roze bril af te gaan. Die wordt wat meer doorzichtig. En de onhebbelijkheden van de ander komen aan de oppervlakte. Langzaam aan beginnen de scheurtjes te komen. Je kunt gaan accepteren of gaan irriteren. Of een compromis sluiten. Wat uiteraard niet altijd lukt. En dan kom je weer bij: accepteren of irriteren. Of weg gaan, als het in jouw basis dusdanig belangrijk is.

Wat betekent onvoorwaardelijke liefde? Daar ben ik niet over uit, of beter gezegd: ik snap er geen reet van, heb totaal geen clue. Betekent het dat wanneer je man je slaat, je toch van hem blijft houden? Of dat wanneer je regelmatig ruzie hebt over 1 en hetzelfde onderwerp en geen van beide partijen water bij de wijn wilt doen en de spanning blijft, je toch van de ander blijft houden? Of dat wanneer je man of vrouw vreemdgaat, je nog steeds onvoorwaardelijk van hem of haar houdt? Of wanneer je man of vrouw je kinderen slaat, je nog steeds onvoorwaardelijk van hem of haar houdt? En dus: waar hóud je precies van? Van wíe? Of van wát in de ander?

Mijn gevoel bij onvoorwaardelijke liefde is dat je alles “goedkeurt” van de ander, ongeacht wat hij of zij doet of flikt. Maar dat KAN niet waar zijn. Ik WEET dat dat niet waar is. Maar wat is het dan wel?

Een vriendin van mij vertelde een paar weken geleden dat haar man haar altijd een 8 vindt. Ongeacht hoe goed of hoe slecht het tussen hen gaat, zij is voor hem altijd een 8. Zij daarentegen vindt haar man een 3 of 1 bij een (fikse) ruzie en een 8, 9 of 10 wanneer het (heel) goed gaat. Ik ben mijn vriendin.

Mijn houden van hangt af van de mate waarin mijn behoefte en gevoel tegemoet wordt gekomen. Feitelijk: hoe meer iemand in mijn straatje leeft en denkt, hoe meer ik van iemand houd. Hoe krom is dat? Maar het lijkt wel dat het zo werkt.  Bij mij i.i.g. Herkenbaar? Ik kan mezelf afkeuren dat ik dat zo ervaar, maar dat doe ik niet. Ik probeer te observeren dat dat gevoel in me leeft en probeer daar geen oordeel aan te hangen. Dat doe ik sinds kort. Ik probeer dingen in mezelf te onderzoeken en loopt de laatste paar weken tegen steeds meer dingen aan in mezelf waar ik niet blij van word. Waar ik mijn patronen zie, manipulatie, dissociatie en versmelting -> op dit moment lees ik het boek van Jan Geurtz: Verslaafd aan liefde.

Het boek gaat over liefde en lijden, maar veel meer nog over datgene in ons wat liefheeft en pijn lijdt, namelijk onze geest. Een voor mij mega intrigerend en raak boek. Wat me tot nu toe, ik ben bij blz 110, al een behoorlijk aantal “aha-erlebnissen” heeft opgeleverd.  En tranen. Van herkenning en “kutje, waar ben ik mee bezig?”. Een boek dat me vreselijk in de war heeft gemaakt, voor zover ik dat niet al was door alles wat er na het overlijden van Jeroen is gebeurd (daarover in één van mijn volgende blogs meer). Een boek waarmee de kijk op mezelf stukje bij beetje verandert. Het heeft me door elkaar geschud, een gevoel dat ik mezelf aan het afbreken ben en gaandeweg weer moet opbouwen. Die aanzet tot móeten (en wíllen) veranderen is in gang gezet na een doorbraak bij mijn psychologe, nu zo’n 3 weken geleden. Het boek van Geurtz borduurt verder op mijn doorbraak. Zware kost? JA, definately. Maar het proces is prachtig en de uitkomst kan alleen maar in mijn voordeel zijn: mezelf (terug) vinden. Ik heb nog 40 jaar te gaan (yes please!), dus het profijt is langdurig.

Geurtz wijdt een deel van een hoofdstuk aan het fenomeen waarom we de ene persoon wel aardig vinden en de andere niet. Waar ligt dat aan? Omdat sommige personen nou eenmaal leuker zijn dan andere, denken we meestal. Maar is het niet vreemd dat personen die jij niet aardig vindt, door andere mensen wel aardig gevonden worden? En dat jij door sommige mensen aardig gevonden wordt en door anderen niet. Hier klopt iets niet. Want als “aardig” of “onaardig” eigenschappen waren van de personen zelf, dan zouden er dus in absolute zin aardige en onaardige mensen moeten zijn en dan zouden alleen de aardige mensen door iedereen aardig gevonden worden, terwijl de onaardige door niemand aardig gevonden zouden worden. Onze waardering van anderen is grotendeels gebaseerd op projectie van onze eigen gevoelens.

Kijk naar jezelf: waarom ben je met de partner met wie je bent? Welke eigenschappen heeft hij of zij waardoor je het gevoel hebt dat hij of zij bij jou hoort? Ei-gen-schap-pen. Maar het moet meer zijn dan eigenschappen om van iemand onvoorwaardelijk te kunnen houden. Het moet een diep gevoel van verbondenheid zijn op een dieper niveau. Op ziels-niveau. En daar kun je geen naam aan geven. En daar zou dan dat onvoorwaardelijk-houden-van moeten zitten. Zoiets?

En dus: mijn zoektocht is gaande, duurt voort, en dat zal een leven lang zijn. Hopelijk niet elke keer naar het zelfde onderwerp, want her en der een oplossing vinden voor waar ik tegen aan loop, zou toch fijn zijn ;-), maar zoekende in alles wat er op mijn weg komt.

“Alles is zoals het is”

De herberg – Jalaluddin Rumi, Perzische dichter (1207-1273)

De mens-zijn is een soort herberg:
Elke ochtend weer bezoek.

Een vreugde, een depressie, een benauwdheid,
een flits van inzicht komt
als een onverwachte gast.

Verwelkom ze; ontvang ze allemaal gastvrij!
Zelfs als er een menigte verdriet binnenstormt
die met geweld je hele huisraad kort en klein slaat.

Behandel dan toch elke gast met eerbied.
Misschien komt hij de boel ontruimen
om plaats te maken voor extase…

De donkere geachte, schaamte, het venijn,
ontmoet ze bij de voordeur met een brede grijns
en vraag ze om erbij te komen zitten.

Wees blij met iedereen die langskomt.
De hemel heeft ze stuk voor stuk gestuurd
om jou als raadgever te dienen.

Ik zeg: GO  RUMI, GO RUMI, GO RUMI! 🙂

Zo dus.

Afbeelding

Gewoon

Wat is gewoon? Wie heeft dáár de definitie van? Niemand. Alles wordt beoordeeld of veroordeeld vanuit je eigen kijk op de wereld, jóuw ervaringswereld, jóuw normen en waarden.

Sinds Jeroen’s overlijden is mijn wereld niet meer hetzelfde. Een dagelijks gevoel van “ik ben anders, want ik ben weduwe”. In mijn binnenste is een gat geslagen. Er is fundamenteel iets veranderd in mijn kijk op het leven. Het Leven. Waar ik voorheen veel dingen als annoying ervaarde, voel ik nu vaak: lekker belangrijk. Lek-ker-be-lang-rijk.

De eerste maanden was dat het ergst. Terwijl ik wist (en weet): ik moet de dingen niet bagataliseren. Iedereen in zijn leven heeft zijn eigen waarheid. Maar veel van die waarheden van anderen werden voor mij “lekker belangrijk”. Want ik ben mijn man verloren. Hoezo heb je pijn in je kleine teen? Hoezo vind je het belachelijk dat je 10 euro moet betalen voor een kermisattractie? Hoezo irriteert het je dat de winkelbediende je zegt dat de aanbieding waarvoor je komt niet vandaag, maar pas morgen in gaat? Echt: lekker belangrijk.

Voordringers in de winkel: ik laat ze gaan. Niet omdat ik het fijn vind om over me heen te laten lopen of de confrontatie niet aan durf, maar omdat ik het lek-ker-be-lang-rijk vind. Ik ben mijn man verloren.

Ik ging van 90 km per uur naar 180. Het leven is kort! Volg je hart! Realiseer je dromen! Maak keuze en DOE! Er wordt zooo veel gepraat over dingen willen. Maar dan… Niet lullen, maar DOEN! Ik ben de eerste maanden enorm ongeduldig geweest naar mensen toe. Irriteerde me aan de traagheid van beslissingen nemen. Projectie van mijn ervaring: de dood van Jeroen. Live! Laugh! Love! Geen gedraaikont, maar DOEN!

Het eerste half jaar na Jeroen’s overlijden dacht ik wanneer ik naar buiten ging of in gezelschap van mensen was: zien jullie niet dat ik weduwe ben? Staat dat niet met grote letter op m’n voorhoofd geschreven? Ik bén anders dan jullie. Tenminste, dat dacht en denk ik. Want wie weet liepen er tussen die mensen ook mannen en/of vrouwen die hun partner waren verloren. Van de buitenkant zie je niet in welke situatie iemand zit. Ik wilde dat iedereen het van  m’n voorhoofd af kon lezen. Kijk nou: ik BEN anders. Waarom hebben jullie het zo leuk, genieten jullie en is er niets aan de hand? Waarom doen jullie gewoon? Het leven IS niet gewoon. Want ik ben mijn man verloren.

Wil ik dan dat iedereen weet dat ik weduwe ben? Wil ik die aandacht? Dat is het niet zozeer. Maar het is een té groot onderdeel voor mij om het er níet over te hebben. Want het feit dát ik weduwe ben, heeft een verandering  bij me te weeg gebracht. Die invloed heeft in het contact met mensen. Nee, ik wil geen “wat heb ik medelijden met jou”, vooral niet. Blegh. Maar wel (eventueel) begrip voor hoe ik acteer en waar dingen bij me vandaan komen. Waarom ik zeg wat ik zeg. En doe zoals ik doe.  Nee, mijn weduwe-zijn is niet een vrijbrief om lop en bot te doen, omdat ik door het proces van verlies dingen geleerd heb. Maar ik ben wel confronterender geworden naar mensen.

En dan rijst meteen de vraag: wie ben ik zonder mijn verhaal? Mijn Zijn is niet mijn verhaal. Want ik Ben. Zonder verhaal. Maar iedereen heeft graag een kapstok om zijn karakter en aangeleerde “eigenschappen” aan te op hangen, zo ook ik. Laten zien waarom je nu bent wie je bent. Dat heeft een verhaal nodig.  Vinden wij. Want anders kun je worden afgekeurd op je gedrag omdat ze “het verhaal” niet kennen. Hmmmm…

Ieders leven ging gewoon door na 20 maart 2013. Ook die van mij. Maar dan anders. Na de eerste weken, overstelpt door kaarten, bezoeken en telefoontjes, ging de storm liggen.

Toen Jeroen en ik in 2003 een goeie vriend van ons verloren aan longkanker, hij was toen 37, zaten we met 10 vrienden bij mijn vriendin. Ik weet nog dat ik tegen die groep zei: níet na 2 of 4 weken niets meer van je laten horen. De aankomende maanden heeft ze ons nodig. “Nee, tuurlijk niet, uiteraard zijn we er voor haar!”. Ik was bijna de enige die bleef komen. Bleef bellen. De rest haakte af. Het leven ging gewoon door. Tóen al voelde ik de belangrijkheid van het er zijn voor iemand in zo’n periode. Niet voor 2 of 4 weken daarna, maar voor máánden daarna. En ineens zat ik er zelf in. Behoorde ik ineens tot “het lastige volk van weduwen en weduwnaren”.  Want o jee: hoe ga je met zulke mensen om?

Ik heb gemerkt dat bij mij de harde kern over bleef voor steun. Mijn innercircle. Zonder hulp van anderen redt niemand het. Karin Kuiper schreef een boek “Je mag me altijd bellen, 1001 dagen van rouw”.  Bovenaan haar ergernissenlijst stond het goedbedoelde zinnetje ‘Je mag me altijd bellen’. Want hoe welgemeend ook, dit is ‘hulp’ die je met lege handen achterlaat… Omdat je in je diepste wanhoop niet wilt bellen en niet kán bellen, omdat je slechts denkt: Nee, het gaat niet! Zij moeten mij bellen! Maar dan kom je weer bij het stuk: ik weet niet wat ik moet zeggen als ik haar bel. Of: ik weet niet of ze nu wel behoefte aan me heeft. Of: misschien tref ik haar op een heel slecht moment. De gedachtengang is dan: als ze me nodig heeft, belt ze wel. Ik héb haar gezegd dat ze me altijd mag bellen… Ehhh…Ja…

Het is geen verwijt, zeker niet, maar het is dubbel. Mijn telefoon en deur stonden altijd open in de maanden na Jeroen’s overlijden. Ik verwelkomde iedereen. Maar ik snap dat de mensen die steun wilde geven dit ook bij mij wilde laten liggen. Mij laten bepalen wanneer er welke behoefte was. Die ik kenbaar moest maken. Want dat konden zij niet inschatten.

Maanden na het overlijden van Jeroen kreeg ik op kantoor een rouwkaart van ons contactpersoon van het pensioenfonds. Ik had altijd goed contact met hem gehad. Zijn vrouw was overleden. Ik heb de kaart doorgestuurd naar huis en een week later op het balkon, in de zon, pakte ik een kaart om naar hem te sturen. Ik zat klaar met m’n pen. Die boven de kaart bleef zweven. Niet weten wat te schrijven. Voor het eerst voelde ik, omdat ik er zelf in had gezeten, wat het was om de woorden niet te vinden voor zoiets groots. Alle woorden raken geen grond. Want het is iets heftigs om je partner te verliezen. Wat moest ik zeggen? Ik heb er nog over gedacht wat kaarten die ik had ontvangen te pakken en daar tekst uit te jatten. Maar nee, dat kon ik niet maken. Ik wilde iets vanuit mezelf schrijven. Het heeft even geduurd en het kwam. Maar nog: woorden waren maar woorden, ik was niet in staat de diepte van zijn gemis te raken met mijn woorden.

Het leven gaat “gewoon” door, in een ongewone hoedanigheid. Een jaar van leren, vallen, opstaan en weer doorgaan. Zoals zovele weduwen en weduwnaren. Het leven is TE mooi om voorbij te laten gaan, óók na zoiets heftigs.

Het Nederlandse motto “doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg” heb ik weg gegooid. Want wij mensen zijn uitzonderlijk. Uitzonderlijk mooi en tot vele prachtige dingen in staat. En dat mogen we laten zien. Op ieders eigen manier. Ook al wijkt dat af van “de norm”. Die niet bestaat. Lekker “gewoon” blijven kan werken. Maar ik ben liever bijzonder in mijn gewoon blijven. Gewoon omdat dat kan :-).

Allemaal zijn we bijzonder. Gewoon Bijzonder.
Allemaal zijn we bijzonder. Gewoon Bijzonder.